kruis01 

Bijbeltekst Johannes 11

De opwekking van Lazarus werd door Johannes beschreven. Hij verhaalt in zijn evangelie dat Maria en Martha, de zussen van Lazarus een boodschap naar Jezus stuurden om hem te verwittigen dat zijn vriend ziek was. Maar Jezus antwoordde dat deze ziekte niet tot de dood zou leiden, maar tot de verheerlijking van God en hij bleef nog twee dagen waar hij was, in de buurt van het meer van Genezareth. Daarna vertrok hij met zijn leerlingen naar Bethanië. Als ze daar aankwamen bleek dat Lazarus al vier dagen overleden was. Martha was Jezus tegemoetgekomen en zei hem:

"Heer, als U hier geweest was zou mijn broer niet gestorven zijn, maar ook nu weet ik dat God U alles wat U van God vraagt, geven zal."

Waarop Jezus antwoordde dat haar broer terug zou opstaan. Ze gingen vervolgens naar het graf waar ook Maria was naartoe gegaan. Jezus liet de grafsteen wegrollen en na een gebed tot God riep hij: "Lazarus kom naar buiten", waarop Lazarus uit het graf kwam, nog gewikkeld in zijn doodskleden. Het evangelie zegt verder nog dat vele van de Joden die het wonder gezien hadden in hem geloofden, maar anderen gingen naar de Farizeeën die besloten hem te laten doden.

De profeet zacharia voorspelde dat de opstandig van de doden zou beginnen op de olijfberg. Precies waar Bethanie ligt. Dat Lazarus precies daar opgewekt wordt vlak voor pasen is een mooie voorafspegeling van Christus opstanding. 

Het is bijzonder leuk om te zien hoe de mensen in dit verhaal reageren op wat er gebeurd. Voor wie interesse heeft kan hieronder verder lezen.

 

 

1) De bange discipelen (vers 1-16)

De discipelen zijn stil als ze het bericht horen van Maria en Marta dat hun broer Lazarus ziek is. In dat bericht ligt het onuitgesproken verzoek van de beide zusters: U wilt nu toch wel meteen naar uw vriend komen kijken?  Maar geen van hen zegt: zeg Jezus, zullen we eens een kijkje nemen bij onze vriend?
Pas als Jezus na twee dagen zegt: kom, weg gaan naar de provincie Judea, beginnen ze zich te roeren: hohoho! Het dorp van Lazarus ligt vlak bij Jeruzalem. Nog maar kort geleden probeerden de Joden daar u met stenen dood te gooien. Moet u zo nodig daar naar toe? Ach, zegt Jezus, Lazarus slaapt, Ik ga hem wakker maken. O, zeggen de discipelen, maar als hij slaapt, laat hem dan maar slapen, dat is goed voor zijn genezing. Nee, zegt Jezus, hij is gestorven. We gaan. Nou, zegt Thomas wanhopig, dan komen we net als Lazarus plat te liggen, bedolven onder een hoop stenen.
We zien bij de discipelen een doodsangst boven komen die iedereen wel eens overvalt. 

Jezus antwoord:

Jezus Christus zegt: Ik ben de opstanding en het leven. De nadruk op het woordje Ik. Wat betekent dat voor die eerste groep, die te bang is om naar  Lazarus af te reizen omdat zijn woonplaats zo dicht bij het gevaarlijke Jeruzalem ligt? En wat betekent dit voor onze eigen angst voor de dood? 
Let op Jezus' reactie in verzen 9-10. Er gaan twaalf zonuren in een dag. Wie overdag reist, hoeft niet bang te zijn om ergens tegenaan te stoten en te vallen. 's Nachts wel. Jezus gebruikt dit voorbeeld met een verwijzing naar Zichzelf. Hij is het licht der wereld. In zijn nabijheid hoef je niet bang te zijn om te struikelen. Als je dat licht in je hebt, hoef je geen kwaad te vrezen. Van ziekte, geweld, oorlog en dood. Het wordt pas duister in je leven als je dat Licht probeert te doven. 

De kleingelovige Marta en Maria (vers 17-32)

We gaan naar twee anderen die in deze geschiedenis een rol spelen. Maria en Marta.
Marta gaat Jezus tegemoet: ach, als u nu een paar dagen eerder gekomen was, dan zou u hem genezen hebben.  De gezusters hadden het bericht teruggekregen over een ziekte die niet dodelijk zou aflopen, over de eer van God als doel van de ziekte en over de glorie van Gods Zoon. Daarom zegt Marta: ook nu weet ik dat God u zal geven, alles wat u van Hem vraagt.
Marta wil nog wel een sprankje hoop hebben. Maar als Jezus zegt dat haar broer zal opstaan, is haar dat toch teveel. Natuurlijk gelooft ze in een opstanding zoals alle gelovige Joden toen. 
Als Maria later op dezelfde plek arriveert als waar Marta Jezus heeft ontmoet, zegt Maria precies hetzelfde als Marta: was u nu maar een paar dagen eerder gekomen, dan zou mijn broer nu nog in leven zijn.

Jezus antwoord:

Marta heeft nog een sprankje hoop dat er nog iets zal gebeuren. Als Jezus over de opstanding van haar broer spreekt, denkt ze aan een verre toekomst. Daarop zegt Jezus in vers 25 en 26: Ik ben de opstanding en het leven.
Ik ben de opstanding. Deze woorden worden toegelicht in het vervolg: Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is Hij gestorven. Christus ontkent niet de realiteit van de dood en van het graf. Hij spreekt hier over sterven. Maar Hij zegt dat het leven een permanente gave is die niet door de dood kan worden vernietigd. In feite vindt er een opstanding plaats na het sterven. En dat is net zo zeker als de persoon van Jezus voor Marta's neus staat. Ik ben de opstanding. Marta mag geloven dat Lazarus al is opgestaan, ondanks dat hij gestorven is.
Ik ben het leven. Deze woorden worden toegelicht in het zinnetje daarna: En een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven. Voor wie gelooft, is het leven zo krachtig dat de dood er in feite geen grip op heeft. Dat is net zo zeker als Jezus voor Marta staat. Ik ben het leven.

Verwijten van sommige Joden (vers 33-37)

We gaan naar de derde en laatste groep mensen die in deze geschiedenis voorkomt. Dat zijn de Joden die in de zevendaagse rouwperiode naar de zusters zijn toegekomen om met haar te rouwen en haar te troosten. Als die zien dat Jezus zich opwindt, zich boos maakt en huilt om de dood van zijn geliefde vriend, klinkt uit de mond van sommigen het verwijt: had Hij die de ogen van de blinde heeft geopend niet kunnen voorkomen dat Lazarus gestorven is?

Ook deze reactie is zo menselijk en herkenbaar. Wij maken ook verwijten in de richting van God wanneer we voor het afscheid van een geliefde worden geplaatst of tegensped tegenkomen waar we verwachten dat God ons beschermd. Waarom moet mij dit overkomen? 

Jezus antwoord:

Ik ben de Opstanding en het Leven.

Wat betekenen deze woorden richting het verwijt van de rouwende en troostende mensen in de kring rond Marta en Maria?

Wat betekenen die woorden richting de verwijten die wij zelf hebben? Waarom God? Waarom ik?

Eerst zetten we de feiten op een rij:


1. Neem de steen weg, zegt Jezus. Marta kan het niet geloven. Ze zegt: het stinkt! Het lichaam van Lazarus was al tot ontbinding overgegaan!

Blijkbaar zien ze enkel de problemen en gevolgen van het gebeuren. Niet de dingen die Jezus kan doen. Als wij dit doen stopt hier het verhaal en staat onze lazarus niet op.


2. Jezus spreek een dankgebed uit in de zekerheid vooraf van de verhoring door zijn Vader. Hij hoeft de Vader niets te vragen om Lazarus te kunnen opwekken.

Het geloof van Jezus is groot en een voorbeeld voor ons. Maar tevens toont Jezus dat Hij de Ware Zoon van God is, die alle gezag en kracht ontving. Deze kracht en gezag geeft hij op zijn beurt weer aan ons door!

3. Jezus roept Lazarus naar buiten. Hij zegt niet: Lazarus, sta op uit de dood. Hij roept hem naar buiten. Met de macht van de Schepper die door het woord de hemel en de aarde geschapen heeft. Er zij licht en er was licht. In het woord ligt het leven. Voor Jezus is Lazarus' dood inderdaad als een slaap, zoals Hij eerder al opmerkte richting zijn discipelen. Voor Hem is de opwekking uit de doden niet meer dan een wakker schudden uit de slaap.

4. Lazarus mocht zich voortaan een bekende Jood noemen (lees Johannes 12: 9). Maar die positie is niet benijdenswaardig (lees Johannes 12: 10-11).

Zelfs de farizeeën plannen hem te vermoorden, wat gelukkig niet plaats vind.

Ik heb de feiten even op een rij gezet, omdat daarin ook de beperking ligt van dit gebeuren. Lazarus is later ooit weer gestorven. Hij moest opnieuw de weg volgen die naar de dood leidt. De weg die we allen moeten gaan en die zoveel vragen en verwijten oproept. We moeten goed onthouden: Lazarus was slechts een teken. Lazarus' opstanding wijst ons dus op iets anders dat nog belangrijker is. Lazarus is een bewijs van de glorie van de Zoon van God. Lazarus is teruggehaald uit de dood tot eer van God. Wie gelooft merkt die glorie op. 

 

Wat Jezus in dit verhaal toont, is dat Hij sterker is dan de dood. Net voor Pasen dus een mooi beeld van wat komen gaat!