|
Ik ben moeder van 5 kinderen: 3 jongens en 2 meisjes. Ik heb 11 kleinkinderen en 4 achterkleinkinderen.
Ik was nog heel jong toen ik van mijn vader als dienster moest gaan werken. Mijn werk bestond erin het huishouden te doen en de oppas van 3 kinderen te verzorgen. Het 3de kindje werd geboren toen ik daar al werkte. Ikzelf was nog geen 14 jaar. Ik was veel ziek en ging niet veel naar school. Dan kon ik maar beter gaan werken, dachten mijn ouders. Ik maakte later kennis met een jongen (mijn werk was toen dicht tegen de Expo van 1958 in Laken). Hij had de Italiaanse nationaliteit en op 8 december 1958 bekwam ik een kind van hem. Zo werd ik echter de schande van de familie. We waren met 10 kinderen thuis. Mijn vader wou van geen huwelijk weten met die jongen. Hij wou dat ik dat kindje wegdeed, maar dat wou ik niet. Ik zei : neen, dat is mijn kindje. Toen besloot mijn vader een man voor mij te zoeken of ik dat wilde of niet. En ik moest met die man trouwen. Die is dan ook de vader geworden van mijn 4 andere kinderen. Maar hij had geen respect voor mij en hij dronk veel. Hij gaf me geen geld en zo ging ik dan samen met mijn kleine kindje op het veld werken voor eten. Ook deed ik de strijk van de buren om alles te kunnen betalen. De toestand in ’t gezin verbeterde niet, integendeel, want hij verbraste al het geld dat hij verdiende. In 1962 nam hij de dagbladwinkel van zijn moeder over. Maar daarvoor moest er een lening afgesloten worden. Ikzelf wou dit niet omdat ik ondertussen zwanger was van mijn 3de kindje. Voor mij was dat alles veel en zwaar werk. Maar toch wou hij die winkel. Hij zelf droeg ’s morgens dagbladen rond en ’s nachts wou hij taxichauffeur zijn. Maar dan ging het met ons nog slechter. De kinderen hadden geen vader, hij was er nooit of hij was dronken. Zo ging het ook met de winkel slechter. Op zekere dag werd de winkel gesloten en ik stond daar met 5 kinderen, en ik had geen geld… Mijn man was meer afwezig dan aanwezig. Soms wist ik niet eens of hij nog terug kwam. Dat was heel droevig en ik dacht dikwijls: wat moet ik nu doen ? Een dame, die van die hele toestand afwist, stelde me op een gegeven moment de vraag: wat ga je nu doen…geen inkomen en 5 kinderen? Op dat moment wist ik zelfs niet eens waar mijn man zich bevond. Toen zei ze: ik heb voor jou een goede raad. Breng uw kinderen naar een internaat. Maar ik antwoordde direct: o, nee dat nooit. Ik wil niet van mijn kinderen gescheiden leven, want ze hebben maar alleen mij. Die dame antwoordde: ga je dan terwijl jij gaat werken,uw kinderen aan hun lot overlaten? Of wil je zorgen voor een goede opvoeding? Zo zal jijzelf ook rust hebben omdat ze in veiligheid zijn. Je moet kiezen : straatlopers of goede opvoeding… Ja, ik koos dus voor een internaat. maar ik wou dat ze samen bleven. Toen zei de vrouw dat zij al een internaat had gevonden. Namelijk: bij de Zusterkens van Don Bosco in Heverlee, en daar mochten ze samen naartoe. Ik was daar blij mee. Maar meteen vroeg ik me af: ik hoe kan ik dat betalen? Ik heb geen cent op zak. Maar de lieve mevrouw beloofde dat zijzelf de kosten voor drie maanden vooraf zou betalen. En ja, achteraf zou ik het haar dan wel terugbetalen. Zo vond ik het goed. Ik maakte hun koffertjes klaar en ik weet nog, op hun kleding had ik hun namen genaaid. En zo bracht zij ons naar Heverlee. Daar speelde zich toen met mijn kindjes een hartverscheurend tafereel af. Dat zal ik van mijn leven nooit meer vergeten: Ik geraakte maar niet weg. Het was of ik ze aan hun lot overliet. Ze bleven maar aan mijn kleren trekken en lieten mij niet los, dat was voor mij heel pijnlijk. Het is voor mij nu nog niet te beschrijven en dat kan ik ook niet onder woorden brengen. Maar nu besef ik wel, hoe God toch echt altijd met ons was en is geweest. Op de terugweg zei die dame : nu gaan we uitkijken naar een werk voor u. Ik heb al contact gehad met de uitbater van restaurant. Daarop begon ik te wenen, want ik kende helemaal niks van restaurant of café. Ze zei: o, heb geen angst. De restauranthouder zal u met veel geduld en liefde alles leren. En je zal genoeg verdienen voor u en voor uw kinderen, maar het zal wel hard werken worden. Daar had ik geen angst voor, want ik voelde me nooit moe. Nu zeg ik: dank U, Heer dat u me toen zoveel kracht hebt gegeven. Hoewel ik op dat moment aan geen God dacht, was Hij er wel, maar ik wist het niet. Op school ging het niet zo goed met de kinderen, integendeel. Want, lezen, schrijven en rekenen waren vaak te moeilijk. Zo zijn er dan vele jaren verstreken. Tot de kinderen vervolgens voldoende leeftijd hadden om thuis te blijven en ieder een werk kon vinden. Dat verliep allemaal prima. Ieder ging zelfstandig wonen en bouwde hun nestje. Er kwamen kinderen, en ze waren allen gelukkig. En ik ook, omdat ik zag dat het goede werkers waren. Maar in enkele maanden tijd stortte al het geluk als een kaartenhuisje in elkaar. Er kwamen scheidingen, en op de duur zag ik niemand meer: noch mijn kinderen, noch mijn kleinkinderen. Ik voelde me wegglijden in een diepe put en kon er niet meer uit. Dat verdriet overtrof al mijn kracht. Ik was niet te troosten. Ik belde mijn jongste zusje en vroeg of ze met mij eens een koffie wou gaan drinken in de Westland Shopping Center. Toen we daar een tijdje zaten kwam plots mijn jongste broer binnen, met wie ik al 9 jaar geen contact had gehad. Hij kwam naar me toe, nam me in zijn armen en met een zachte stem zei hij: zusje, ik voel uw verdriet door uw lichaam. En toen hij weg ging, legde hij zijn armen rond mij en ik voelde een warmtestraling vanuit zijn armen in mijn lichaam. Zijn gezicht was anders en hij zei :”ik zal voor u bidden”. Ik dacht bij mezelf: … ja, gij zeker…maar toch bleef ik zijn warmte voelen en die woorden : “ik zal voor u bidden” dat ging me door merg en been en die bleven maar in mijn oren klinken… Enkele dagen later kreeg ik een telefoontje van hem en hij nodigde mij uit om eens samen te zijn met mijn schoonzus en kinderen. Toen ik binnenkwam, voelde ik zo een rustige, warme sfeer in huis. Zijn vrouw sprak zacht en lief, en ook de kinderen. Ik dacht: ja, hier is iets veranderd. Zoiets heb ik hier nog nooit ervaren. Toen begon mijn broer te getuigen over zijn bekering. En hij weende toen hij over de kruisiging van Jezus sprak. Hij gaf me een videocassette mee van Jezus. Ik bekeek thuis die film van Jezus 2 , 3 maal en zie, toen werd het me duidelijk, en ik zei: dat is het. Ik knielde neer en bad het bekeringsgebed, dat Henk Binnendijk voorbad. Toen begreep ik dat het geen toeval was, dat ik mijn lieve broer had ontmoet in de Westland Shopping. Dat was volgens Gods plan. In een moment van wanhoop en ontroostbaar verdriet, zond hij mijn broer om me de waarheid te vertellen over onze Verlosser en Redder, en over wat Jezus voor ons had gedaan. In juni 1999 heb ik me bekeerd. En op 7 november, nog datzelfde jaar, heb ik mijn oude leven met de waterdoop begraven en ben opgestaan als een nieuwgeborene uit water en Geest, gereinigd en geheiligd door het bloed van het Lam en door het woord van mijn getuigenis. Ik ben verzegeld met de Heilige Geest. Hij woont in mij en zal tot in eeuwigheid bij me zijn. Hij is een onderpand van mijn erfenis bij God. De Heilige Geest in mij zal Jezus verheerlijken en door Hem is de liefde van God in mijn hart uitgestort. Ik ben een kind van God. Amen. Dank U, Jezus. Dank U. Dank U, …
Mijn dooplied was dan ook : Dank U voor deze nieuwe morgen Dank U voor deze nieuwe dag Dank U dat ik met al mijn zorgen Bij U komen mag ……. Dank U, dat ik U danken kan.
|